Terschelling, eiland van rust en ruimte...

Duinweg Oosterend 26, 8897 HB Terschelling, Nederland
telefoon: 0562-446740  e-mail: info@doeksenonline.nl  kvk 01050307
verrassend anders... Terschelling    Nederlands English español Italiano Deutsch Française
Aan het einde van een zeereis een prachtige beloning
de uitgestrektheid van de Boschplaat
Genieten van de stilte op het strand van Terschelling
Terschelling
Het eiland Terschelling is de middelste van de 5 Waddeneilanden die Nederland rijk is. Met een oppervlakte van 11.000 hectare is Terschelling het op een na grootste eiland. 
 

Terschelling en de andere Waddeneilanden dateren van 400 tot 700 vóór onze jaartelling. in die periode ontstonden in de Noordzee lange strandwallen. Later vormden zich daarop duinen met aan de luwe zuidzijde kwelders en veengebieden.
De eerste bewoners vestigden zich aan het begin van de Middeleeuwen, In die tijd was de natuur heer en meester. Eeuwen later was de menselijke invloed al duidelijk merkbaar en vanaf de 16e eeuw is het eiland intensief gebruikt met grote gevolgen voor mens en natuur.
 
Terschelling kreeg zijn huidige omvang zo'n 150 jaar geleden, toen de Noordsvaarder en de Boschplaat, respectievelijk aan de west- en oostkant, aan het eiland vastgroeiden. Hiermee nam de oppervlakte van het eiland met ruim een derde toe. Terschelling omvat nu 11.000 hectare. Circa 9500 ha. bestaat uit natuurgebieden die door Staatsbosbeheer beheerd worden.
 
Wandelende wildernis
Het Terschellinger duingebied zag er nog niet eens zo gek lang geleden heel anders uit. Het was een wildernis, waarmee de eilanders op hun eigen wijze omgingen. Van natuurbeleving was nog geen sprake. Natuurkrachten werden vooral gezien als bedreiging. Men had er slechte ervaringen mee.
 
Veel eilandbewoners leefden eeuwenlang weliswaar van hun boerderijtje, de visserij of strand jutterij maar voor hun levensonderhoud waren zij toch ook aangewezen op wat er uit het duin gehaald kon worden. Zo werd op grote schaal struikgewas als kruipwilg, duindoorn, gagel en heide gewonnen, als brandstof voor bakovens. Zelfs helmgras diende dat doel. Bossen waren er immers niet op Terschelling en geld, om brandstof te kopen, ontbrak meestal.
 
De boeren lieten hun vee na de oogsttijd, van september tot Pasen, vrij in de duinen grazen. In die tijd gold het "Oerol". En als de polder onder water stond, liep het vee er soms jaren achtereen. Verder waren er de talrijke konijnen met hun holen en de eilanders die ze er op hun beurt met de schep uitgroeven. Een jachtgeweer was verboden of te duur.
Door dit intensieve gebruik verdween in de duinen het plantendek en kreeg de altijd aanwezige wind vrij spel met het losse zand. Enorme verstuivingen waren het gevolg. Stuivende duincomplexen "wandelden"langzaam van noordwest naar zuidoost over het eiland.
Het witduin op de Groede bijvoorbeeld verplaatste zich in tachtig jaar anderhalve kilometer. Het landschap was na één hevige storm soms onherkenbaar veranderd.
 
Vaste vormen
Aan het onderhoud van de duinen werd nauwelijks zorg besteed omdat het kostbaar was en weinig opleverde. Maar dat veranderde, Rijkswaterstaat neemt al sinds het midden van de 19e eeuw de zorg voor de buitenduinen en de zeereep voor haar rekening. Het stuivende zand werd vastgelegd door beplanting met helm. Begonnen werd op het westelijke deel van het eiland, maar omdat er onvoldoende geld was, vorderden de beplantingen langzaam. Het oostelijke deel van Terschelling bleef nog decennia lang één grote zandverstuiving.
 
Ernstige klachten van de boeren uit Oosterend bespoedigden de helmbeplantingen en rond 1900 waren ook daar de verstuivingen onder controle. Uit die tijd stammen nog namen als Beetwortelduin en Jan Thijsenduin. Het bepoten van het Beetwortelduin werd aangenomen door een familie die zo arm was dat ze bieten moesten eten om in leven te blijven.
Het Jan Thijsenduin werd met helm vastgelegd door Jan Thijs Pals en z'n gezinsleden en was dus Jan Thijs z'n duin.
De helmbeplanting is een belangrijke ontwikkeling geweest, want van toen af kwam het zand tot rust, lag de vorm van de duinen min of meer vast en veranderde het aanzien van het landschap sterk door de opkomst van allerlei vegetatie. Aanwezige soorten, zoals de toen nog zeldzame duindoorn, breidden zich sterk uit. Maar al snel vestigden zich ook tientallen nieuwe platensoorten. Tussen 1870 en 1988 nam het aantal soorten met maar liefst tachtig procent toe van 318 tot 585.
 
CMS & webdesign by WebGenerator